De onzichtbare blessure


Maak mentale problematiek ook op het veld bespreekbaar!

Op het voetbalveld zien we elkaar bijna elke week. We trainen, lachen, winnen en verliezen samen. Maar soms speelt er iets wat je niet kunt zien. Een blessure die niet in je knie of enkel zit, maar in je hoofd. De KNVB en Zilveren Kruis noemen het “De Onzichtbare Blessure” — en die bestaat ook bij Drachtster Boys.

Onzichtbare blessure

Al jaren ben ik jeugdscheidsrechter. Ligt in het verlengde van mijn werk als leraar op een mbo. Over beide activiteiten praat ik graag, schrijf ik vaak. En natuurlijk lijd ik ook een beetje aan ‘beroepsdeformatie’, zoals dat heet: mijn achtergrond als leraar komt in het veld vaak om de hoek kijken. Maar graag wil ik aandacht vragen voor de 'onzichtbare blessure'

Is het nou echt nodig?

Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: met een groot deel van de Nederlandse jeugd gaat het niet goed. Veel jongeren lopen op dit moment met een onzichtbare blessure rond. Het zijn de momenten dat je je somber voelt, dat de druk van school, werk of verwachtingen te veel wordt. Dat je geen zin hebt in trainen, terwijl je vroeger niet kon wáchten tot je het veld op mocht. Of dat je na een fout in de wedstrijd blijft malen: ‘Ik ben niet goed genoeg.’ Iedereen kan dat natuurlijk overkomen, of je nu jeugdspeler bent, ouder, trainer of vrijwilliger. Maar hoe dan ook: in gemiddelde kleedkamer zitten twee spelers die last hebben van mentale klachten. Twee. Vaak merken we het niet, omdat we het er niet over hebben. Maar praten helpt wél.

Mentale problemen zijn van alle tijden. Piekert deze jonge generatie nou meer dan vroeger?

Ja. Er zijn harde cijfers, maar zelf ervaar ik het zowel in mijn werk als op het voetbalveld. Als je vaak met jongeren werkt, ontwikkel je een zesde zintuig voor spelers met mentale problemen. Door de manier waarop ze kunnen reageren, hoe ‘hun kop staat’, door verminderd speelplezier. En late we wel wezen, er bestaat veel om somber over te zijn. De coronacrisis heeft er voor veel jongeren ingehakt, en we kunnen niet zeggen dat het toekomstperspectief er veel beter op is geworden. Veel jongeren zoeken heil in vluchtig socialmediagebruik maar als je echt dóórvraagt, erkennen ze vaak zelf ook wel dat ze er niet bepaald gelukkiger van worden. In veel opzichten doen we jongeren tekort. Sport, in ons geval voetbal, zou een uitlaatklep moeten zijn. Maar voor veel jongeren werkt dat vaak niet (meer).

Is dat wel ons probleem? We zijn toch een voetbalclub?

Natuurlijk is dit ons probleem. Wij zijn het derde opvoedingsmilieu van deze kinderen! Het gaat om onze spelers. We zouden geen knip voor de neus waard zijn als we wel vragen naar een enkelblessure, maar ons niet bekommeren om het mentale welzijn van onze jeugd. Daarnaast is mentale problematiek de nieuwe pandemie, als we niet uitkijken. We hoeven niet op de stoel van een therapeut te gaan zitten, maar zoals een leerlinge van mij ooit zei: ‘ik had er zoveel aan gehad als gewoon een volwassene eens met me gepraat had over zijn of haar mentale problemen. Dat het gewoon normaal is dat je je soms zó ontzettend kut voelt, zonder dat er een duidelijke reden voor is.’

Maar wat kunnen we dan doen?

Praten is sterker dan je denkt. Het moet normaal worden om te vertellen hoe het écht met je gaat. Een enkelblessure bespreek je ook met je trainer, dus waarom niet iets wat je van binnen voelt? Een simpel ‘Hoe gaat het met je?’ of ‘Je lijkt wat stiller de laatste tijd, klopt dat?’ kan al verschil maken. Sterker nog: het kan het belangrijkste gesprek worden dat een jongere ooit heeft gevoerd. Dat kan zomaar, aan het einde van een training op een regenachtige dinsdagavond. De belangrijkste sleutelmomenten in iemands leven laten zich niet regisseren.

We weten allemaal hoe groot de druk kan zijn: presteren op school, sociale media, verwachtingen van vrienden of ouders. Soms wordt dat gewoon even te veel. En dat is oké. Weet je gewoon niet wat je moet zeggen? Alleen luisteren helpt ook. Sla letterlijk of figuurlijk een arm om iemand heen, durf ook wat van je eigen ervaringen te delen. Het helpt écht.

Als club zijn wij zó belangrijk in het leven van een kind en een jongvolwassene. Goed dat de KNVB en Zilveren Kruis het initiatief hebben genomen om dat gesprek aan te gaan. 

Nog even op een rijtje

  • Vraag eens écht hoe het met iemand gaat.
  • Merk je dat iemand zich terugtrekt of stiller is? Praat erover, zonder oordeel.
  • Zit jij zelf niet lekker in je vel? Weet dat je niet alleen bent. Praat met je trainer, een teamgenoot of iemand thuis.
  • Laten we zorgen dat niemand aan de kant hoeft te blijven staan met een onzichtbare blessure.

Conrad Berghoef

Conrad Berghoef is bestuurslid en scheidsrechter bij Drachtster Boys. Dit artikel schreef hij op persoonlijke titel. Wil je met hem doorpraten over dit onderwerp, zoek hem dan op op de club of mail conrad.berghoef@drachtsterboys.nl

Foto via KNVB