Door Ciska Borger
En die betrokkenheid blijkt ook al uit het moment waarop we de drie gezellige dames spreken. We zitten in de bestuurskamer met het zicht op de wedstrijd VV Drachtster Boys - VV SVI (Zwolle). Af en toe valt de aandacht voor het gesprek even weg, wanneer er een enerverende actie op het veld aan de andere kant van het raam plaatsvindt. De gesprekken gaan vooral over het goede gevoel voor onze club en de mooie herinneringen die hier zijn gemaakt. “Van mijn drie kinderen speelde eentje hier bij de club”, vertelt Teddy. “Ik stond al bij de korfbal in de kantine, en toen ben ik hier ook aan de slag gegaan. Samen met Gretha de Wilde, die wil ik zeker noemen. Wel vijfentwintig jaar was zij er ook altijd wanneer we extra handjes nodig hadden.”
Generatie op generatie
“Ik had twee kinderen hier op voetbal. Tetty Mollema vroeg mij of ik wilde helpen. Zo kwam het dat ik met Margje Plantinga en Frits en Trees Posthumus hier veel en vaak stond”, vult Nellie aan. “Toen mijn kinderen van voetbal afgingen, speet me dat echt. Ik kon de goede sfeer niet missen en ben ik gebleven als vrijwilliger.” Lachend: “Onze kinderen stopten met spelen maar de voetbalmoeders bleven.” Daarin herkent Grietje zich ook. “Mijn beide zoons zaten op voetbal. Maar ze stopten ook toen ze vijftien waren. Ik hoorde inmiddels bij het interieur, dus ik ben ook gebleven. Je hoorde bij de Drachtster Boys-familie, je kende iedereen en dat wilde ik niet missen.” En het mooie is dat je generatie op generatie hier tegenkomt, weet Teddy. “Dan zie je ineens weer bekenden van vroeger, die nu naar hun kleinkinderen komen kijken.”
Tien dozen paperassen
Naast haar activiteiten in de kantine heeft Teddy ook altijd de ledenadministratie van Drachtster Boys gedaan. Mensen kennen Teddy misschien ook wel van de persoonlijke aanmelding bij haar thuis. “Ik was al notulist van het bestuur van Drachtster Boys. In 2002 was ik net gestopt met mijn baan in het onderwijs toen ik tien dozen administratie door de deur geschoven kreeg. Dat wilde ik zelf natuurlijk, maar toch. Je moet je voorstellen dat heel veel zaken nog handmatig gingen, de digitale ledenadministratie van nu heeft wat dat betreft heel veel tijdwinst opgeleverd. Gelukkig had ik Ane Zijlstra achter de hand, hij hielp mij. Samen met hem had ik echt een kluif aan de administratie. Als ik nog had gewerkt, denk ik niet dat ik het erbij had kunnen doen. Natuurlijk besef ik dat ik het werk zelf naar me toe had getrokken; het hoefde niet, maar ik wilde zelf ook niets missen. Maar af en toe was het wel erg druk, het voelde als een baan en het speelde de hele dag door je hoofd. Helemaal wanneer de overschrijving weer werden gedaan, dan hadden we topdrukte.”
Clubkranten en bardienst
Nellie zorgde naast haar activiteiten in de kantine ook voor het rondbrengen van clubkranten en andere brieven. “Op maandagavond was ik steevast in de kantine, dat was nog in de oude, hierachter. Later kwam daar de zaterdagmorgen ook nog bij. Als je je nek uitsteekt en je aanwezig bent, weten mensen je ook te vinden voor andere klusjes. Dat deed ik graag, het voelde als betrokkenheid, erbij horen en iets over hebben voor de club. Dat zie je tegenwoordig toch iets minder, dat mensen zoveel en zo vaak ingeroosterd staan voor bardiensten. Dat is volgens mij niet meer zo van deze tijd”, aldus Nellie.
Speurtochten en zeevissen
Grietje heeft wat dat betreft ook het gevoel dat er vroeger meer betrokkenheid was dan nu. En er werden heel veel leuke dingen georganiseerd. “Ik denk met heel veel plezier terug aan de nevenactiviteiten. Eens in de maand hadden we bijvoorbeeld een spelavond. Dan organiseerden we speurtochten in het donker of schaatstochten als er ijs was. Maar ook was er natuurlijk het C-juniorenweekend. Het weekend dat iedereen bleef ‘slapen’”, vertelt ze glunderend. “Daaraan heb ik echt heel mooie herinneringen. Wij zorgden voor de catering. Met het kantinepersoneel deden we trouwens ook af en toe een uitstapje. Zo gingen we ieder jaar de vrijdag na Hemelvaart zeevissen. Ik weet nog dat ik per ongeluk een walkman van iemands hoofd trok. Prompt hing er het volgende jaar eentje aan mijn hengel, dat hadden de jongens natuurlijk gedaan”, vertelt ze lachend. “Grietje, je hebt beet, riepen ze.”
Kledingbeurs
Los van het mede-organiseren van deze activiteiten regelde Grietje ook de kledingbeurs. “Anton Hoogeveen vroeg of dat iets voor mij was, het opzetten van een beurs waar leden hun te kleine kleding konden verkopen. Dat heb ik jaren gedaan. Daarnaast deed ik ook de kledinguitgifte, nieuwe leden konden op maandagavond bij mij thuis langskomen voor hun tenue. Later hebben we dit vanuit het clubhuis georganiseerd.” Wanneer je je inzet als vrijwilliger, sta je tussen de mensen. “Mensen vertellen je veel als je achter de bar staat”, aldus Teddy. “Ik kwam geregeld thuis met allerlei verhalen en leuke dingen. Samen met Gretha draaide ik late diensten en die waren echt gezellig. In al die jaren heb ik eigenlijk nooit vervelende dingen meegemaakt.” Wat wel eens spannend was, waren de momenten dat je als laatste de kantine moest afsluiten, weet Nellie. “We waren altijd met zijn tweeën, want je moest met het geldtasje het pand verlaten. En dan moest je ook nog door de slagboom die je moest afsluiten. Die momenten boezemden mij wel eens wat angst in.”
Zubizarreta
Toch spelen de fijne herinneringen de boventoon tijdens dit gesprek. Reisjes naar de bierleveranciers, met elkaar in de bus naar Amsterdam. “Het voelde als een schoolreisje.” Tapwedstrijden, cursussen omgaan met hygiëne, fietstochten met een buffet, kerstcadeautjes rondbrengen naar de leiders van Drachtster Boys, het alarm dat per ongeluk afging… Maar het allermooiste waren de thuiswedstijden tegen Feyenoord, PSV en Ajax en dat die bekende spelers hier gewoon rondliepen. “Ik heb echt plakboeken vol”, aldus Teddy. “Het mooiste was wel dat Zubizarreta hier gewoon rondliep! De keeper van FC Barcelona uit die tijd, eind jaren tachtig”, vertelt Teddy enthousiast. “Ja, en jij wilde bekende voetballers ook altijd even aanraken, toch?”, vult Grietje Teddy lachend aan. “Nou, het was toch ook wel heel bijzonder dat die grote voetballers gewoon hier op het veld stonden?”, antwoordt Teddy. “Dat was een mooie bijkomstigheid van al het werk dat we deden voor onze club. Dat we af en toe ook zulke grote voetballers tegenkwamen, geweldig vond ik dat. Ik lees nog steeds graag biografieën over voetballers.”
Jan en alleman
Maar ook het gewone, het contact met jan en allemaal. Dat is wat Nellie ook erg aansprak tijden haar werk als vrijwilligers voor onze club. “De betrokkenheid bij het Drachtster leven dat je had met je vrijwilligerswerk voor de club. Ook toen mijn kinderen niet meer voetbalden.” Teddy vult haar aan: “Je weet wat je aan iedereen hebt op een gegeven moment.” Het is een bepaald type mens dat je overal tegenkomt, de vrijwilliger. “En het zijn vaak ook dezelfde mensen die je overal tegenkomt”, aldus Grietje. Terwijl Drachtster Boys deze middag met een 3-1 overwinning besluit, besluiten wij het gezellige gesprek met de drie bevlogen vrijwilligsters. Ze beëindigen een periode, maar ze blijven Drachtster Boys een warm hart toedragen. “Het gevoel blijft, het zal altijd mijn cluppie blijven.”