Jan de Haan vertelt: de bekerwinst van 1983 [longread]

Sterk in bekerwerk 1983

“Ik heb nog een litteken overgehouden aan die finale, wist je dat? Jan de Haan (59) stroopt zijn mouw op om de herinnering aan de legendarische bekerfinale te laten zien. “Die keeper heeft me er gewoon uitgeschopt. Mijn arm lag helemaal open. Maar goed, toen had ik mijn werk al gedaan”.

Bij Drachtster Boys leeft nog steeds de herinnering aan het legendarische seizoen 1982/1983. Als eerste amateurclub uit regio Noord won Drachtster Boys de landelijke beker. Een unieke prestatie. “Van het collectief”, aldus Jan de Haan. Maar zijn bijdrage was overduidelijk: goals. Veel goals.

De Haan: “eigenlijk was het niet eens zo’n goed seizoen, objectief bekeken. We speelden tweede klasse, de Hoofdklasse bestond nog niet. Die kwam een seizoen later pas, waardoor er maar één ploeg zou degraderen. En wij speelden een heel wisselvallig seizoen. Grote overwinningen, maar ook grote nederlagen. Vooraf dachten we dat we bovenin konden meedoen. Maar uiteindelijk hebben we nog een hele tijd moeten knokken tegen degradatie. Dat was best een tegenvaller”.

Trainer was Cor de Jong. “Een geweldige vent, zorgde voor veel sfeer. Als ik eerlijk ben heb ik op voetbalgebied niet zoveel van hem geleerd, het was op training vooral partijtje spelen en afronden. Bij Drachtster Boys heb ik trainers gehad met wie ik niet overweg kon, maar van wie ik veel meer leerde. Cor zorgde ervoor dat we echt een ploeg waren. Er waren natuurlijk wel groepjes binnen die ploeg, maar het was een eenheid als het moest. Het was een mooie combinatie van oud en jong. Ervaren spelers als Luitzen Nijboer en Uilke Damstra en jonkies als Durk de Vries, Douwe de Jong, Fedde Keegstra en ikzelf, die tussen de 20 en 25 waren. Jongens zochten elkaar wel op, maar er was onderling respect. De sfeer was prima”.

Elke linie had een leider, volgens De Haan. “In de goal Anne Sybesma. Een geweldige keeper, maar pas op: alleen als hij het op zijn heupen had hè. Het was soms ook wel eens helemaal niks. Op trainingen deed hij maar wat, had hij nooit zin om te duiken, werd-ie vies. Achterin hadden we centraal Philp Altena, op het middenveld Uilke Damstra en voorin… Nou ja, ik was er voor de doelpunten, maar dat kon ook alleen maar dankzij Fedde Keegstra en lytse Jan Ypenga. Voor mezelf was het een topjaar, ik scoorde heel makkelijk. Als je ziet hoeveel kwaliteit we hadden, hadden we in de competitie eigenlijk veel beter moeten meekomen. Maar goed, daarvoor waren we veel te wisselvallig.

In de beker ging het beter, hoewel we daar ook een paar keer op het randje van uitschakeling hebben gestaan hoor. Een van de eerste wedstrijden al, tegen ONB. Er was geen poulefase hè, het was meteen knock-out. En bij ONB had het ook meteen al mis kunnen gaan. Er gebeurde van alles. Luitzen Nijboer was buiten de selectie gelaten, voor de wedstrijd zakte er een supporter in elkaar, en voor we het wisten stonden we met 2-0 achter. Uiteindelijk werd het 2-2, na verlenging 3-3 en kwamen er penalty’s. En ik zie hem nog voor me: Peter Vermist, een jongen uit het derde. Hij scoorde de beslissende penalty uit stand, recht in de driehoek. Ik kende die jongen verder helemaal niet, hij heeft volgens mij ook nooit meer in het eerste gespeeld, maar zonder hem hadden we dus nooit de beker gewonnen. De bijdrage van dat soort jongens mag nooit vergeten worden. Later bij SC Emmeloord kwamen we ook met 2-0 achter. Ik zie nog bestuurslid Lindeboom de kleedkamer binnenstappen. Dan ben ik een hele kwaaie hoor, die hebben we er dus ook meteen uitgezet. De kleedkamer is voor spelers en staf”.

We kijken samen het lijstje nog door. Drachtster Boys versloeg in de bekercompetitie ploegen als ONB, Marum, Makkinga, Franeker, Emmeloord, Harkemase Boys… Harkemase Boys? “Ja man. Was een keiharde wedstrijd. De kwartfinale. Was op een dinsdagavond, bij ons. Die derby leefde toen al enorm, misschien nog wel meer dan nu. De jongens kenden elkaar allemaal uit het uitgaansleven, en deze wilde je winnen. Van beide kanten was het trouwens hard hoor. Die Harekieten waren erop uit om Fedde en mij uit de wedstrijd te schoppen, maar toegegeven, ik schopte er zelf eentje uit voor hij de kans kreeg. Het werd 1-0, ik scoorde”.

In de halve finale speelde Drachtster Boys op een bijveld van het Oosterparkstadion tegen FC Groningen 2. “Ja, die deden toen dus gewoon mee met de amateurbeker. God, wat zijn we daar gepiepeld zeg. Henk Nienhuis was daar trainer, je weet wel, daarna ook jarenlang trainer bij Veendam. Wat een arrogantie daar zeg. Wij waren echte amateurs hè. Geen enkele vergoeding, we betaalden gewoon contributie. Maar oh, wat hebben we ze daar chagrijnig gekregen. En weer zo’n jongen van het tweede of derde, weet ik niet meer. Ab van der Hoek. Kreeg vlak voor tijd per ongeluk de bal tegen zich aan, ik zie het nog gebeuren. Dat was de 1-1. FC Groningen was veel beter, maar Anne Sybesma had weer een goede avond. Hij haalde ze er allemaal uit. We scoorden in de verlenging ook nog. Kees Keegstra, dacht ik. FC Groningen uitgeschakeld. Dachten we na die tijd een biertje in de het spelershome te kunnen gaan drinken. Vergeet het maar, we waren niet welkom. Wat een frustratie bij die gasten zeg”.

De finale om de noordelijke beker werd gespeeld in Roden, tegen zondageersteklasser Erica. Drachtster Boys won met 3-0. “We waren oppermachtig. We waren toen ook zeker van handhaving in de tweede klasse, en we waren gretig. We hadden niets meer te verliezen. Ik zorgde met een kopbal voor de 1-0, en Uilke Damstra maakte de 2-0. En dat was best bijzonder. Zo vaak had ik hem niet zien scoren, maar op een gegeven moment lag de bal voor een vrije trap op 25 meter, en Uilke zei: “ik neem hem wel”. En wat raakte hij die bal heerlijk zeg, die vloog er in een keer in. Ik maakte de 3-0”. Voor het eerst won Drachtster Boys de districtsbeker. De ploeg mocht zich opmaken voor de strijd om de landelijke amateurbeker.

De halve finale was een strijd tussen drie ploegen: DWS uit Amsterdam, AWC uit Wijchen en Drachtster Boys. De wedstrijden werden gespeeld in Wijchen, bij Nijmegen. Een halve competitie met wedstrijden van twee keer een half uur. De wedstrijd tegen DWS werd met 3-0 gewonnen. Alle goals werden gemaakt door Jan de Haan zelf. “Dat noem ik nog steeds mijn Platiniwedstrijd: ik scoorde een keer met links, een keer met rechts en met het hoofd. Op doel stond de zoon van Jan Jongbloed trouwens, die jongen is een tijdje later overleden op het veld na blikseminslag. Maar goed, Wijchen en DWS speelden gelijk, dus Wijchen moest tegen ons winnen om door te mogen naar de finale. Ze speelden alles of niks, en wij heel geniepig op de counter. Fedde Keegstra maakte de 1-0, en daarna werden we eerlijk gezegd overlopen. Anne Sybesma stopte nog een penalty, en dat is heel bepalend geweest hoor. Méér dan die drie goals van mij tegen DWS”.

Wat vooraf onmogelijk werd geacht, gebeurde: Drachtster Boys, dat een moeilijk seizoen beleefde in de tweede klasse, mocht de finale spelen van de landelijke amateurbeker. In Veenendaal, op het complex van DOVO. De dag staat bij veel spelers en supporters van Drachtster Boys in het geheugen gegrift. Zuigend heet was het: 34 graden. Tegenstander was vv Breskens, dat veel oud-profs uit België in de gelederen had. Breskens was ook favoriet: het had onder meer Feyenoord 2 en Roda 2 uitgeschakeld. Jan de Haan: “Zij waren in het begin ook veel beter. Toch kwamen we op 1-0, uit een counter. Philip Altena met de punt van zijn schoen, uit een voorzet van Dicky de Jong”.

De tweede goal van Drachtster Boys, van Jan de Haan zelf, is legendarisch. Hij tekent hem op tafel uit: “Het was de tijd dat keepers een terugspeelbal gewoon nog in de handen mochten pakken. De keeper van Breskens dreef de bal een beetje op, hij schoot uit en stond een paar meter buiten zijn strafschopgebied. Philip Altena onderschepte de bal. Ik stond bij de dug-out, ik stond water te drinken want het was bloedheet. Philip speelde de bal op mij, vanuit een ooghoek zag ik die keeper te ver voor zijn goal staan en ik lepel die bal vanaf de middellijn er zo in. Hij stuitte vlak voor het doel nog even op, precies onder de lat. Probeer het maar eens op een training. Lukt je nooit! Maar dit was zo’n seizoen waarin deze dingen gebeurden, hè. Ongelofelijk. Net zoals het een wonder is dat na de 2-1, Breskens niet meer scoorde. Anne Sybesma stond weer fantastisch te keepen. We groeiden allemaal boven onszelf uit”.

Jan de Haan maakte het einde van de wedstrijd dus niet meer binnen de lijnen mee. Met zijn arm in het verband keek hij vanuit de reservebank toe. “Nou kijken… niet echt. De laatste minuten heb ik letterlijk met mijn hoofd in mijn shirt gezeten. Ik dúrfde niet te kijken. En toen het eindsignaal kwam… we beseften het nog steeds niet. Onze eigen supporters niet eens, denk ik. Er zaten 400 van ons op de tribune!”

Terug in Drachten was er niet meteen een groots onthaal. “De bus stopte bij De Lawei, en toen moesten we zelf lopen naar ons sportpark. Kun je nagaan. Heb je net de landelijke beker gewonnen in die hitte, moet je ook nog twee kilometer lopen! Maar goed, toen hebben we een geweldig feestje gevierd natuurlijk”.

Later kwam het besef bij de generatie van 1982/1983 dan toch echt. “Het was echt een magisch seizoen. Heel onwerkelijk. Maar het was een unieke prestatie, en ik kijk er toch met trots op terug. En ik denk dat Drachtster Boys ook heel trots mag zijn op die beker. Want we deden het met eigen jongens, ook die jongens van het tweede en het derde”.

Jan de Haan
Jan de Haan in 2018