Column: wat kan ik voor de club betekenen?

Laten we duidelijk zijn: een voetbalclub is geen sportschool. Als je verzekerd wilt zijn van goede trainers voor álle (jeugd)teams bij een club als Drachtster Boys, zou de contributie minstens verdubbeld moeten worden, zodat wij alle trainers kunnen betalen. Waar je bij een sportschool door het betalen van een flink bedrag per maand verzekerd bent van deskundige begeleiding, moeten we het bij een voetbalclub doen met vrijwilligers.


Conrad BerghoefDaar is trouwens niets mis mee. Iedere sportclub in Nederland wordt overeind gehouden door vrijwilligers, tot aan de grote BVO’s aan toe. Toen een van mijn kinderen vijftien jaar geleden lid werd, was de eerste vraag die ik mezelf stelde: ‘en als hij dit nou leuk vindt en hier blijft, wat kan ik dan gaan doen?’ Niet dat ik nou heilig ben op dat gebied –en ik heb zelfs geen verstand van voetbal- maar zelf ben ik altijd grootgebracht met de vanzelfsprekendheid van vrijwilligerswerk. Als je ergens van profiteert door er lid van te worden, zet je je ook in voor die club, was mijn gedachte. Inmiddels rijg ik de afgelopen jaren de verschillende taken en taakjes aaneen. Ik zal u de opsomming besparen, wel durf ik te zeggen dat de functie van pupillenscheidsrechter mij het meest dierbaar is. In die hoedanigheid kom ik een hoop mensen tegen.

 

Niet vanzelfsprekend

Dat vrijwilligerswerk niet heel vanzelfsprekend meer is, kom ik in mijn functie als bestuurslid steeds vaker op pijnlijke manier tegen. Ik vertel daarmee niets nieuws natuurlijk. Afgelopen jaren heb ik mij daarin vaak hard opgesteld: ik wilde niet spreken van vacatures, want als we daaraan begonnen, hadden we binnen een club als Drachtster Boys wel 900 vacatures en het is nogal ontmoedigend om al die vacatures op een website te hebben staan. ‘Als die vacature er langer dan een maand is, is er blijkbaar geen behoefte aan dat werk’, was mijn gedachte. Oftewel: het werk verdwijnt wel als we het niet meer over de vacature hebben. Gelukkig hebben we genoeg deskundigen binnen de club die mij kunnen vertellen dat het écht niet zo werkt.


Toch heb ik niet al te vaak over het ‘vrijwilligersprobleem’ willen praten. Ik kan niet in de agenda’s en privélevens van al onze leden en/of hun ouders kijken, mensen zullen goede redenen hebben om bepaalde dingen niet te doen, en bovenal: het is de tijdgeest. Tegenwoordig zit élke organisatie verlegen om vrijwilligers, misschien moet je je organisatie anders inrichten, moet je mensen anders benaderen, moet je creatiever zijn. Klopt allemaal hoor. Heb ik allemaal geroepen. Tot afgelopen seizoen.

 

Zwaar klote

Want hoe je het wendt of keert, er moeten altijd mensen ergens voor gevraagd worden. En geloof mij: als bestuurslid ben je ook maar gewoon een mens. En een paar keer ‘nee’ horen, daar moet je tegen kunnen. Maar als je dat ‘nee’ letterlijk honderden keren –in verschillende variaties- hoort, elk jaar weer, dan is dat behoorlijk ontmoedigend. Of, wacht even, laat ik eens de taal van langs de lijn spreken: dat is klote. Zwaar klote. Waarom? Omdat we intussen wel een jeugdteam zonder trainer zien, of zonder leider zelfs, waarbij betrokkenen alleen maar wijzen naar ‘de club’. We zien een jonge moeder, die maar weer een bardienst draait ’s avonds omdat een team weigert te komen. En opnieuw, aan het begin van het nieuwe seizoen, dreigen pupillenteams zonder trainer te komen staan. Ik noem maar een paar pijnpunten, ik chargeer hier en daar wellicht, maar afgelopen seizoen merkte ik dat het tekort aan vrijwilligers daadwerkelijk het voetbalplezier van onze jeugd trof, of zelfs het persoonlijk welzijn van andere vrijwilligers. Zodanig, dat ik besloot af te zien van een nieuwe termijn… totdat ik besefte dat dat een ‘nee’ van mijn kant zou betekenen, en dat ik dat echt niet kon maken.


Gelukkig zie ik nog genoeg andere ontwikkelingen. Nieuwe leden, van wie de ouders bij zichzelf niet alleen afvragen ‘wat kan de club voor mij betekenen?’, maar ‘wat kan ik voor de club betekenen?’ (vrij naar JF Kennedy). En ook zie ik jonge gasten binnen onze club hun vrije tijd investeren in het trainen van jeugd, naast hun eigen voetbalactiviteiten. Wat mij betreft zie ik dat nog iets te weinig, maar de agenda’s van jongeren lopen ook behoorlijk vol. En of er ooit een wedstrijd is afgeblazen door een gebrek aan vrijwilligers? Ik denk het eigenlijk niet, soms verbaas ik me erover dat ondanks alle tekorten, toch tientallen wedstrijden gespeeld elke zaterdag. Ten koste van bloed, zweet en tranen soms hoor. Maar dat proberen we aan de voorkant niet te veel te laten zien.

 

Prioriteit

Wat ik nou wil met deze column? Het is zomaar een bespiegeling, aan het begin van een nieuw seizoen. Wat mij betreft is het vrijwilligersbeleid prioriteit nummer één (zoals gezegd, ik heb dan ook geen verstand van voetbal). Wellicht doen we daar, als bestuur, als beleidsmakers, als coördinatoren, iets fout. Misschien hebben we de juiste mensen nog niet gevraagd? Of nog niet iedereen? Dat kan heel goed. Daarover zou ik heel graag met u in gesprek gaan. Bijvoorbeeld tijdens een van onze startavonden, 27 of 28 augustus. Of op zaterdag langs de lijn. U weet wel, bij die pupillenwedstrijdjes die zo leuk zijn om te fluiten. En wellicht horen we eens vaker een ‘ja’.

 

Een heel fijn seizoen gewenst!

webshop-drachtsterboys

Twitter

Onze sponsors